Het gentiaanblauwtje is een vrij kleine vlinder die zeldzaam voorkomt op natte heide, in veengebieden, vochtige heischrale graslanden en blauwgraslanden. De geur van de rups lijkt sprekend op die van een mierenlarve, dus de rups wordt meegenomen naar het nest. Het volgende voorjaar verpopt de rups zich, waarna in juni of juli de vlinder op een vroege ochtend uit de pop komt. Eenmaal ontsnapt uit het nest, zoekt de vlinder een veilige plek op waar het zijn vleugels oppompt om te kunnen vliegen en op zoek te gaan naar een partner. Het is een zomerbloeier met een bloeitijd van juli tot en met september.